• plots niets meer

En toen was alles plots niets meer

Het ondenkbare is gebeurd.

Datgene wat ergens in het irreële deel van m’n hoofd nooit zou gebeuren, wat niet kon gebeuren, maar wat vooral niet mocht gebeuren, wat als het zou gebeuren mijn leven volledig zou veranderen, wat het concept vrolijk helemaal zou wegvegen, waardoor blij en gelukkig niet meer zouden bestaan. Dat is gebeurd. Compleet onverwacht en oneerlijk. Ronduit wreed.

Mijn kleine Pamplemousse werd bij me weggenomen. Mijn zeventienjarige zonnestraal, mijn mus, mijn moesj, mijn moekie, de kleine Kai-Flook. Ze is er gewoon niet meer. Het ene moment was ze er nog wel. Het volgende was ze verdwenen. Samen met een stukje van m’n hart en alles wat goed was in de wereld. Allemaal weg. Op woensdag 27 juni 2012 was alles plots niets meer.

Wat overbleef na die dag, was één grote grijze leegte. Mijn wereld zonder mijn Mousse. Een wereld die ik niet eens meer herken en die ik zeker niet wil leren kennen. Een wereld waar ademen moeite kost en bestaan pijn doet. Een wereld waarin zin om te koken niet meer bestaat. Dus ik eet havermout omdat ik me uit mijn vorige wereld herinner dat een lichaam voedsel nodig heeft. Ik eet havermout en ik ben. En verder niets.

Ondertussen tikt de tijd genadeloos verder.

Op één of andere manier wint Spanje de Wereldbeker, wordt de pijnlijke eeltpit waarmee ik al jaren rondloop weggesneden en verschijnt er een uitnodiging voor een verjaardagsfeestje in mijn mailbox. Een hele wereld gebeurt rondom mij, maar die van mij staat stil. Wat altijd kon, zonder erbij stil te staan, kan nu niet meer. Ik kan mijn kleinste grootste schatteminou nooit meer knuffelen. Zij kan mij nooit meer troosten. Ik kan enkel nog tegen haar foto vertellen, het glas voor haar beeltenis aaien, haar as in de hanger rond mijn nek een kusje geven en huilen om wat ooit was.

Heel veel traantjes later begin ik te beseffen dat ik tenminste moet proberen om opnieuw te beginnen meedraaien met de hele wereld rond mij. Dus ik doe een poging: ik kook. Toveren met ingrediënten was iets wat ik niet alleen goed kon, maar ook graag deed, herinner ik mij.

Ik maak iets wat ik nooit eerder heb gemaakt en wat ik in het verleden ook niet graag lustte: goulash. Mijn eten bevestigt wat mijn hart al weet: echt alles is veranderd. Plots lust ik goulash. Ik houd van goulash. Als ik zo iemand zou zijn die elke week hetzelfde zou maken, zou ik vast en zeker elke week goulash maken. En als een week minder dan zeven dagen zou duren, zou ik hem nog veel vaker maken. Zo graag lust ik mijn goulash. Zo anders is alles.

Sterker nog, zelfs Mer, mijn moeder, de vrouw die per definitie niets lust van wat ik maak – meestal omdat ze het niet eens wil proeven – houdt ook van mijn goulash. En zo, compleet onverwacht, word ik voor het eerst sinds wat lijkt als een eeuwigheid weer een beetje vrolijk. Ik ben oprecht blij omdat Mer evenveel van mijn goulash houdt als ikzelf, net zoals we allebei evenveel van ons kleine witte bolletje wol hielden houden. Ik herontdek de glimlach. Koken is mijn therapie. Anderen laten meegenieten van wat ik maak mijn medicijn.

Enkele pasta’s later bedenk ik me dat mijn kleine Pamplemousse niet helemaal weg is omdat ze dat nooit kan zijn. Ze zit immers veilig in mijn hart en in mijn hoofd. Overdag kan ik haar nooit meer zien, dat is waar. Maar ik weet zeker dat ze mij ’s nachts snel weer zal komen opzoeken. En ik wacht daar op haar, met haar lievelingsbeertje en haar zonnepet. Overdag blijf ik koken. En ’s nachts blijf ik hopen. Dat is iets wat niet meer verandert.

Geschreven op: 12 juli 2012

Misschien vind je dit ook leuk!

1 Comment

  • comment-avatar
    Robyn 28 augustus 2012 (6:10 pm)

    Omg Vero? Ik zit hier letterlijk te huilen terwijl ik het lees. Heel mooi.